Definities slaap

Geen van de vele veronderstellingen over slaap konden nooit wetenschappelijk worden aangetoond. Uit modern biochemisch slaaponderzoek blijkt dat bepaalde stoffen in het bloed een rol spelen bij slaap.
Lees meer >
 
Elektrische verschijnselen slaap

Veel over slaap is onbekend en dat komt gedeeltelijk omdat de mogelijkheden voor onderzoek in de hersenen naar elektrische signalen tot voor kort nogal beperkt waren.
Lees meer >
 
Slaapfasen en goed slapen

Via een EEG-onderzoek zijn er vier fasen in de slaap te onderscheiden..
Lees meer >
 

Wat gebeurt er in het lichaam tijdens slaap?

Na het EEG-onderzoek was de tweede grote stap voorwaarts in het slaaponderzoek het experiment met behulp van slaapveroorzakende lichaamsvreemde of lichaamseigen stoffen. Zonder dat we daarvoor gestudeerd hoeven te hebben, weten we dat slapen van waken verschilt omdat bij het slapen het hele regelsysteem van de mens tot een minimaal niveau is teruggebracht. In geval van nood worden we hopelijk nog op tijd wakker om weg te rennen voor dreigend gevaar, maar onnodige informatie gaat zo min mogelijk in ons regelsysteem rond. Het centrum van dat systeem wordt gevormd door de hersenen, waar we ons dingen gewaarworden. Tussen de aanvoerende zenuwbanen en de hersenen zit de reticulaire formatie (een netwerk van zenuwverbindingen), die als een zeef dient voor alles wat van buiten op ons af komt (geluiden, beelden, het gevoel van het zitvlak op de stoel, de informatie over de spanning in de spieren en nog veel meer). Iets moet al die informatie zeven en selecteren. Tijdens slaap speelt de reticulaire formatie ook een rol, hoewel onduidelijk is wat voor rol dat precies is.

Informatie komt via zenuwen of de bloedbaan het centrale zenuwstelsel binnen. Ze wordt doorgegeven via bepaalde stoffen; in de bloedbaan zijn dat hormonen en in de zenuwbanen zijn het zogeheten neurotransmitters. Neurotransmitters (de naam zegt het al: zenuwprikkeloverdragers) komen aan het eind van een zenuw vrij als via de zenuw door een elektrische impuls daartoe de opdracht wordt gegeven. Op alle schakelpunten in het zenuwstelsel (en dan vooral in de hersenen) zijn die neurotransmitters van groot belang.

Lange tijd werd gedacht dat slaap het gevolg was van het wegvallen van prikkels. Als het licht uit is en vermoeidheid de mens een beetje afstopt, zou de slaap vanzelf volgen. Die theorie is echter achterhaald. De slaap is een actief proces. Op een gegeven moment komt er een hoeveelheid slaapverwekkende stoffen in het bloed waardoor we in slaap vallen. Maar waar komen die stoffen vandaan, en wat zorgt er voor dat op een bepaald moment die stoffen in de hersenen terechtkomen? Is er misschien toevallig een neurotransmitter die bij het in slaap vallen een sleutelrol speelt?

Met name Mendelson uit de Verenigde Staten heeft daar uitgebreid onderzoek naar gedaan en er veel over geschreven. Van de verschillende neurotransmitters in ons zenuwstelsel, acetylcholine, norepineftine, dopamine en serotonine, zou vooral de laatste van belang zijn bij slaap. Serotonine is de neurotransmitter die een belangrijke rol zou spelen bij depressies. Als er voldoende serotonine in de schakelplaatsen van het zenuwstelsel zit, zou er minder kans op het ontstaan van depressies zijn. Geneesmiddelen die in staat zijn om dat te bevorderen worden tegenwoordig dan ook geslikt tegen depressies. Het zijn zogenaamde serotonine-heropname remmers, die voorkomen dat vrijgekomen serotonine weer direct wordt teruggenomen in de zenuwbanen. Van die groep medicijnen zijn fluoxetine (Prozac) en paroxetine (Seroxat) inmiddels erg bekend geworden. Er zal ongetwijfeld wel een verband zijn, want depressies kunnen bestreden worden met het wakker houden van mensen. We hebben echter geen flauw idee of serotonine daarbij een rol speelt.



Zoeken: