Definities slaap

Geen van de vele veronderstellingen over slaap konden nooit wetenschappelijk worden aangetoond. Uit modern biochemisch slaaponderzoek blijkt dat bepaalde stoffen in het bloed een rol spelen bij slaap.
Lees meer >
 
Lichaam tijdens slaap nachtrust

Lange tijd werd gedacht dat slaap het gevolg was van het wegvallen van prikkels. Als het licht uit is en vermoeidheid de mens een beetje afstopt, zou de slaap vanzelf volgen. Die theorie is echter achterhaald..
Lees meer >
 
Slaapfasen en goed slapen

Via een EEG-onderzoek zijn er vier fasen in de slaap te onderscheiden..
Lees meer >
 

Elektrische signalen en de hersenen bij slaap

Veel over slaap is ons nog onbekend en dat komt gedeeltelijk omdat de mogelijkheden voor onderzoek tot vrij kort geleden nogal beperkt waren. Daar kwam enige verandering in toen het EEG ontdekt werd. EEG staat voor Elektro Encefalo Gram. In de jaren twintig begon dokter Hans Berger uit Duitsland stroompotentialen aan de schedel (dus van wat er in de hersenen gebeurde) te meten. Zijn werk werd met enige scepsis door zijn collega's bekeken totdat in 1934 de fysiologen Adrian en Matthews op het belang van het elektro-encefalogram wezen. Tegenwoordig is het een van de meest gebruikte onderzoeksmethoden om iets over de activiteiten en elektrische signalen van de hersenen te weten te komen. Bij het onderzoek naar vallende ziekte (epilepsie) wordt ook gebruik gemaakt van het EEG.

Elektrische signalen in de hersenen meten

Behalve de elektrische signalen van de hersenen zijn ook andere elektrische spanningen te meten. Zo kunnen we de spierspanning in de spieren meten door een elektromyogram (EMG) te maken, meestal ter hoogte van de kinspieren. De oogbewegingen kunnen we meten via een EOG (elektro-oculogram).

U kunt zich nu de proefpersoon voor het slaaponderzoek misschien voorstellen. Hij ligt in een bed in het laboratorium met aan de schedel draadjes voor het EEG, naast de ogen draadjes voor het EOG en aan de kin de draadjes voor het EMG. Geen al te ontspannen situatie, maar de proefpersonen blijken in deze bizarre omstandigheden toch in slaap te kunnen vallen.

Het onderzoek van Nathaniel Kleitman uit Chicago in de jaren vijftig met behulp van het EEG heeft heel wat gegevens over slaap opgeleverd. Het is tegenwoordig zelfs zo dat de wetenschap vooral aandacht aan die 'hersengolven' besteedt, alsof die belangrijker zijn dan de slaap zelf.

Het blijkt dat mensen gemiddeld meestal binnen tien twintig minuten in slaap vallen en dan vervolgens verschillende fasen van slaapdiepte doormaken. Zelf hoef je deze ervaring niet te hebben, vaak hebben we zelfs een heel andere indruk van ons slaapgedrag.





Zoeken: