Nachtmerries waarbij je kind gillend en verward wakker wordt en zich niets meer van de droom kan herinneren, blijken voor een groot deel genetisch bepaald.
De meeste Nederlanders krijgen voldoende nachtrust, maar er zijn ook genoeg mensen in Nederland die de slaap niet of in mindere mate kunnen vatten. Wetenschappers hebben onlangs allerlei mogelijke oorzaken hiervan geprobeerd te achterhalen.
Vijfhonderd mensen hebben in opdracht van GezondheidsNet een uitgebreide enquête ingevuld over hun slaapgedrag en daarnaast tal van andere gegevens vrijgegeven die daarmee verband zouden kunnen houden. Een slaapprobleem ontstaat namelijk lang niet alleen door lawaaioverlast of door te veel kopzorgen. Factoren zoals het inkomen, een huisdier in de slaapkamer en de hoeveelheid lichaamsbeweging tonen allemaal hun weerslag op onze slaap en nachtrust.
Nachtrust en slaap in Nederland redelijk positief
Nederlanders zijn over het algemeen geen slechte slapers: een dikke 32 procent in Nederland heeft nooit slaapproblemen en 46 procent heeft slechts een paar keer per maand moeite met slapen. Toch is twintig procent nogal ontevreden over de nachtrust en vaak weten zij hier geen reden voor te bedenken. Mensen die echt slecht slapen, hebben meestal wel van alles uitgeprobeerd. Dit varieert van minder koffie drinken en medicijngebruik tot bezoekjes aan een slaapcentrum.
Hoewel een derde van slechte slapers niet weet hoe je aan informatie of adviezen komt, denkt 79 procent in Nederland dat er wel een oplossing voor slaapproblemen moet bestaan. Nederlanders die zichzelf willen helpen, maken met 47 procent het meeste gebruik van het internet, op de voet gevolgd door de huisarts met 44 procent.
Er lijken biologische oorzaken aan ten grondslag te liggen of iemand een gezond slaappatroon heeft of niet. Het geslacht is hier een voorbeeld van: gemiddeld genomen slapen mannen beter dan vrouwen. Daarentegen zijn de mensen met ernstige slaapproblemen vaker mannen, die 59 procent uitmaken van de mensen die iedere nacht slaapproblemen ondervinden. Ook is het mogelijk dat de leeftijd van invloed is op de ervaren slaapkwaliteit. Oudere mensen vinden vaker dat zij slecht slapen, maar hier moet wel bij vermeld worden dat ouderen ook minder slaap nodig hebben. Van het korter slapen zouden zij dus eigenlijk geen hinder moeten ondervinden, dus het is waarschijnlijk dat hun gevoel over nachtrust op een misverstand berust.
Ook de sociale en financiële omstandigheden bepalen of mensen goed slapen. Onderdeel zijn van een gezin lijkt de slaap ten goede te komen, aangezien 62 procent van de mensen in een gezin geen slaapproblemen heeft. Ruim een derde van de Nederlanders die iedere nacht de slaap niet kan vatten, is vrijgezel. Ook een hoge opleiding en een hoog inkomen zijn garanties voor een gezonde hoeveelheid slaap en nachtrust.
Een slechte nachtrust kan bovendien te wijten zijn aan storende elementen in de slaapkamer. Zo hebben mensen met een huisdier of een mobiele telefoon in de kamer beduidend vaker een slaapprobleem. Daarnaast liggen slechte slapers meestal op een nieuwe matras: 73 procent van hen heeft een matras van nog geen vijf jaar oud. Waarschijnlijk schaffen zij deze aan in de hoop dat hun slaapproblemen hierdoor verminderen. Het hebben van een radio of televisie in de slaapkamer lijkt haast geen nadelige invloed op de slaap te hebben. Maar het is ook goed mogelijk dat slechte slapers allang het advies gevolgd hebben de tv ui de slaapkamer te verwijderen.
De hoeveelheid lichaamsbeweging bepaalt in belangrijke mate onze algehele gezondheid, dus ook hoe goed we kunnen slapen. Van de slechte slapers beweegt 44 procent niet genoeg tegenover 24 procent van de normale slapers. Vooral de gedreven bewegers die veel sporten slapen goed, aangezien slechts negen procent van hen dagelijks een slechte nachtrust heeft.
In Nederland doet men het op slaapgebied dus lang niet slecht, maar er valt nog veel te verbeteren. Wie ’s nachts ligt te woelen, kan misschien een aantal factoren uit het onderzoek herkennen die ook in zijn of haar leven een rol spelen. Een (makkelijke) oplossing ligt misschien niet voorhanden, maar van inzicht in het eigen slaapgedrag kan men in ieder geval nooit genoeg hebben.