Ouders en slaap van baby

De manier waarop ouders omgaan met hun slecht slapende baby kan het slaap gedrag in de latere kinderjaren bepalen.
 
Onderzoekers van de Universiteit van Montréal in Canada hebben het slaap gedrag van 987 kinderen geanalyseerd. Bij aanvang van de studie waren zij vijf maanden oud en ze werden gevolgd totdat zij de leeftijd van zes jaar bereikten. Ieder jaar vulden de ouders vragenlijsten in over de slaap gewoonten van hun kind, zoals de slaap duur, het aantal nachtmerries en de aanwezigheid van inslaap problemen. Zij registreerden eveneens hoe zij daar als ouders mee omgingen, dus of zij het kind bijvoorbeeld uit bed haalden. Daarnaast werden psychologische en sociaal demografische gegevens over de kinderen verzameld.

Baby’s met slaapproblemen bleken op latere leeftijd vaker slechte slapers te zijn dan baby’s die normaal slaap gedrag vertoonden. Bovendien ontdekte men dat de reactie van de ouders op het slaapprobleem van hun kind van invloed is op de voortduring ervan. De baby ’s nachts proberen te sussen door de borst, de fles of andere voeding te geven kan in de eerste maanden effectief zijn, maar er kleeft een nadeel aan. Kinderen die nog steeds op deze wijze getroost worden wanneer ze al 40 maanden oud zijn, hebben op vierjarige leeftijd namelijk vaker last van boze dromen.

Ouders hebben invloed op slaap van baby ook voor later

Ouders kunnen dus beter vroeg genoeg stoppen met deze manier om hun baby weer aan de slaap te krijgen. Baby's zouden juist moeten leren om zelf weer tot rust te komen nadat ze wakker zijn geworden. Hetzelfde geldt voor het naar bed gaan: een kind dat naar bed gaat moet zonder hulp gaan slapen, dus bijvoorbeeld zonder moeder die op de rand van het bed ‘de wacht houdt’. Wanneer een kind echter wakker wordt door een nachtmerrie, moeten ouders juist wel de nodige aandacht aan het kind schenken. Niets is immers op die momenten rustgevend er dan de beschermende armen van een ander om je heen.



Zoeken: