Slaapeten is vergelijkbaar met slaapwandelen, mensen staan bij deze zeldzame bijwerking van slaapmiddelen midden in de nacht op voedsel klaar te maken..
Volgens het Consumentenbond onderzoek blijkt slechts een op de drie artsen uit zichzelf over de nadelen van de voorgeschreven slaapmiddelen te beginnen. De onmogelijkheid werkelijk iets aan de onderliggende problemen van patiënten te doen of het gebrek aan tijd om een behoorlijke diagnose te stellen, kunnen ervoor zorgen dat het recept een soort vervanging van echte aandacht wordt. De herhalingsrecepten helpen een verslaving ontstaan. De oplossing van het verslavingsprobleem zal daarom niet van de kant van de arts komen.
Slaapmiddelen gebruik niet van artsen laten afhangen
Uit het Consumentenbond onderzoek blijkt dat slechts iets meer dan de helft van de slaapmiddelen gebruikers (gebruik gedurende drie maanden of langer) met hun huisarts gesproken heeft over stoppen of minderen van slaapmiddelen. In bijna 90% van die gevallen was het de patiënt die de zaak aan de orde stelde.
Van de mensen die van hun arts slaapmiddelen hebben gekregen, slikt 80,3% nooit meer dan de voorgeschreven dosis, maar 17,8% doet dat wel als ze dat nodig vinden, 2% doet dat zelfs stelselmatig. Wanneer mensen op reis gaan, hebben ze graag het slaapmiddel voor de zekerheid bij zich. Voor een derde is het zelfs een van de eerste dingen die wordt ingepakt. Dat zegt toch wel iets over de geestelijke afhankelijkheid van de slaappil.
Door de vele publiciteit rond slaap- en kalmeringsmiddelen verslaving is weer een wat overdreven beeld van de verslaving ontstaan. Zeker, bij sommige mensen heeft het ernstige vormen aangenomen, maar het is niet zo dat iedereen die met het gebruik van slaapmiddelen wil stoppen, daar moeite mee heeft. Volgens het Consumenten bondonderzoek wist 93,8% van de slaapmiddelen gebruikers zonder problemen te stoppen. Dat waren natuurlijk allerlei soorten gebruikers door elkaar. Dus ook de mensen die slechts een weekje iets geslikt hadden. Bij de langdurige slaapmiddelen gebruikers die met hun huisarts over het stoppen spraken, lijkt het succespercentage heel wat lager: 36% is geheel gestopt en 17% heeft slechts tijdelijk geminderd. De mensen die problemen hadden met het stoppen, noemden slecht slapen en vermoeidheid als hinderlijke verschijnselen; in mindere mate werden trillende handen, overdadige transpiratie en nachtmerries genoemd.