Van slaapklacht naar slaapstoornis

In bed stappen, deken over je heen trekken en gaan slapen: het lijkt zo simpel. Toch is een goede nachtrust voor een groot deel van de Nederlanders niet zo vanzelfsprekend. Bij meer dan de helft van de slechte slapers gaat het zelfs om een langdurig en ernstig probleem.

Over slaapproblemen wordt eigenlijk weinig gesproken, terwijl een aanzienlijke groep hier last van heeft. Men schat dat 40 procent van de Nederlanders een slechte slaper is. Hier liggen verscheidene oorzaken aan ten grondslag, zoals wakker liggen, te vroeg wakker worden of het ‘rusteloze-benen syndroom’. Dit is een aandoening die gekenmerkt wordt door een branderig gevoel in de benen, dat vooral optreedt in rust en voor een onweerstaanbare bewegingsdrang zorgt.

Volgens het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL) is er bij 25 procent van deze slechte slapers sprake van een slaapstoornis. Dit wil zeggen dat het om een langdurig en ernstig probleem gaat, dat een duidelijk negatief effect op het dagelijks functioneren heeft. Met 8,5 procent komt slapeloosheid (insomnie) het vaakst binnen deze groep voor, gevolgd door het rusteloze-benen syndroom waar vijf procent last van heeft. Vier procent heeft ademhalingsklachten tijdens de slaap, waaronder hevig snurken (slaapapneu). Ruim twee procent van de Nederlanders krijgt geregeld een nachtmerrie en andere slaapstoornissen, zoals een verstoord slaap-waakritme, komen bij minder dan twee procent voor.

Slaapstoornissen moeten serieus genomen en behandeld worden, omdat onderzoek heeft uitgewezen dat ze geregeld samengaan met psychische klachten. Zo verwonderlijk is dat niet, want van slecht slapen kan een mens zich nu eenmaal knap beroerd voelen. Meestal merk je het al na één of twee nachten slecht slapen dat je je mentaal minder goed voelt. Na een lange periode van slecht slapen voelt, worden de symptomen van moeheid, spanning en geïrriteerdheid heviger. Dit maakten mensen vatbaarder voor stress en gevoelens van neerslachtigheid. De ontwikkeling van een depressie of angstklachten kan dan al gauw een feit zijn.

Toch zijn er nog te weinig mensen die hun slaapproblemen op de juiste manier oplossen. De meesten voelen zich niet geroepen om professionele hulp te zoeken en ‘kijken het liever even aan’. Ook komt het nog te vaak voor dat slapelozen jarenlang aan de gang blijven met slaapmiddeltjes die voor hen eigenlijk niet geschikt zijn. Dit is zonde, want slaapklachten zijn doorgaans goed te behandelen. Bovendien is het gebruik van slaapmedicatie ook niet helemaal ongevaarlijk, omdat ze meestal een verslavende werking hebben.

In plaats daarvan zouden mensen hun heil kunnen zoeken in gespecialiseerde slaapcentra, waar deskundigen een individueel behandelplan opstellen dat vaak bestaat uit cognitieve gedragstherapie. Door iemands gedachten- en gedragspatroon te manipuleren is het bijvoorbeeld al mogelijk om nachtmerries te voorkomen en te bestrijden. Een slaapprobleem zoals dit kan in een paar oefensessies al grotendeels opgelost zijn. Welke slechte slaper vindt dat nu niet aantrekkelijk?




Zoeken: