|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Nachtmerries genetisch bepaaldNachtmerries waarbij je kind gillend en verward wakker wordt en zich niets meer van de droom kan herinneren, blijken voor een groot deel genetisch bepaald. Canadese wetenschappers deden onderzoek naar de rol van onze genen bij het krijgen van nachtmerries. Nachtmerries komen vooral bij kinderen tussen de 2 en 6 jaar voor en kunnen ouders erg aan het schrikken maken. Het kind is na een nachtmerrie vaak gedesoriënteerd, in paniek en ontroostbaar. Tevens zijn de ademhaling en hartslag in hoge mate versneld. Het onderzoek, waarbij gebruik werd gemaakt van tweelingstudies, werd uitgevoerd door neurowetenschappers verbonden aan de Universiteit van Montreal. Een kleine 400 tweelingen werden gevolgd vanaf hun geboorte, waarbij werd gekeken of zij nachtmerries ontwikkelden. Uit het onderzoek bleek dat wanneer één van een eeneiige tweeling last van nachtmerries heeft, zijn broer of zus dit in veel gevallen ook heeft. Bij twee-eiige tweelingen, die qua genen meer van elkaar verschillen, bleek deze relatie minder sterk. De wetenschappers konden zo aantonen dat naast omgevingsfactoren, genen een belangrijke rol spelen in het ontwikkelen van kindernachtmerries. Nachtmerries komen voor aan het begin van de nacht gedurende de non-REM slaap. Ze kunnen voortkomen uit stress door bijvoorbeeld een verhuizing of scheiding. Het is af te raden het kind wakker te maken tijdens een nachtmerrie, het wekken maakt de nachtmerrie meestal alleen maar heviger. Nachtmerries van hun kind kunnen voor de ouders beangstigend zijn, maar ze zijn niet schadelijk. Na verloop van tijd groeit het kind er vanzelf overheen. |
|
||||||||||||||||||||||||||||||

